Codes
QR-codes en GS1-barcodes direct op de verpakking aanmaken
Gidsen / JETDIELINE
Een barcode moet aan de kassa bij de eerste poging leesbaar zijn. Daarvoor tellen formaat, rustzone, contrast en een plek waar de code vlak en onbeschadigd blijft.
Een streepjescode bestaat uit balken en spaties met vaste breedteverhoudingen. De breedte van het smalste element heet modulebreedte of X-dimensie. Ze bepaalt de totale grootte van de code. De GS1 General Specifications leggen per toepassing vast in welk bereik de code mag liggen, bijvoorbeeld voor het kassagebied. Welk formaat betrouwbaar drukbaar is, hangt bovendien af van het drukproces. Ruwe processen zoals flexodruk op golfkarton hebben grotere codes nodig. Schaal een code altijd proportioneel en verkort de balkhoogte niet zonder afstemming.
De rustzone is het vrije, lichte vlak rond de code. De scanner herkent daaraan waar de code begint en eindigt. Bij streepjescodes zoals EAN-13 ligt ze links en rechts, bij 2D-codes zoals QR en DataMatrix rondom. Haar minimale breedte is per codetype vastgelegd en wordt in modules opgegeven. In de rustzone mag niets staan: geen tekst, geen kader, geen patroon en geen rand. Een code vlak bij een snijrand of rillijn verliest zijn rustzone al bij een kleine verschuiving.
Veel scanners werken met rood licht. Donkere balken op een lichte ondergrond lezen ze het best. Rode, oranje of zeer lichte balken lijken voor de scanner op de achtergrond en zijn nauwelijks leesbaar. Ook een donkere of sterk gepatroneerde achtergrond verlaagt het contrast. Metallic vlakken, heetfolie en glanzende lak kunnen het licht weerkaatsen. Op ongecoat karton en golfkarton loopt de kleur breder uit, en worden de balken dikker. Leg de code daarom als vector aan in één donkere kleur.
Plaats de code op een vlak oppervlak dat bij de kassa makkelijk te vinden is. Hij mag niet over een rillijn, een rand, een perforatie of een lijmnaad lopen. Houd afstand tot insteekkleppen en sluitingen die de code bedekken of knikken. Op gewelfde vlakken kan de richting van de balken bepalen of de code leesbaar is. Bij flexodruk geeft de drukkerij vaak de richting ten opzichte van de drukrichting aan. Bij series krijgt elk formaat een eigen code, en het beschikbare vlak verandert mee met de maat.
JetDieline maakt EAN-13, EAN-8, UPC-A, GS1-128, GS1 DataMatrix, GS1 QR en QR-codes als vectorafbeelding en berekent het controlecijfer. Het nummer krijg je van je GS1-organisatie. De controle waarschuwt wanneer een code te klein is, de rustzone schendt of over een rillijn ligt. Drukproces, materiaal en kleur beïnvloeden de leesbaarheid toch. Test de code op de drukproef met een scanner. Vraagt je handelspartner een controlebewijs, bespreek dat dan vroeg met de drukkerij.
Het toegestane formaat staat in de GS1 General Specifications en hangt af van de toepassing. Het drukproces kan een grotere uitvoering vragen. Controleer de actuele versie en vraag je drukkerij.
Ja, zolang het contrast voor de scanner voldoende is. Donkere balken op een lichte ondergrond werken meestal, bijvoorbeeld in zwart of donkerblauw. Rode balken zijn niet geschikt.
QR-codes en GS1-barcodes direct op de verpakking aanmaken
Problemen zien voordat je bestanden aanlevert
Eén verpakking in meerdere maten aanmaken
Het artwork direct op de echte stansvorm ontwerpen
De maten van een vouwdoos beginnen bij het product, niet bij de doos.
Drie maten beschrijven dezelfde doos en leveren toch verschillende getallen op.
Drukken en stansen kennen toleranties.
Een verpakking heeft twee soorten gegevens nodig: het drukbeeld en de stansvorm.
Karton en golfkarton gedragen zich niet in elke richting hetzelfde.
Kies met JetDieline een passend sjabloon, pas het formaat aan en plaats tekst, logo en afbeeldingen direct op de verpakking.
Maten uitproberen Download in de Mac App Store